Ede Foodstad

Gemeente Ede zet voor haar communicatie verschillende online middelen in. Bijvoorbeeld EdeFoodstad en Stadsvisie Ede. Kijk voor meer informatie: www.ede.nl/food

5  LEVENSLOOP-
    BESTENDIGE
    WIJKEN
  • De bestaande stad en haar wijken behoeven meer aandacht
  • Wijken vormen de ankerpunten voor de bewoners die hier hun leven lang thuis kunnen zijn
  • Wijkcentra zijn kleinschalige brandpunten en gemakscentra voor boodschappen, eerstelijnszorg en dienstverlening
  • Woonzorglocaties voor kwetsbare groepen worden gerealiseerd in de nabijheid van wijkcentra
  • Het woonprogramma is gemengd in types en prijsklassen en beweegt mee met een ouder wordende en meer zorgbehoevende bevolking
  • Iedere wijk heeft recht op haar eigen ruimte voor bewegen en ontmoeten, waarbij stadslandbouw als kans wordt benut om food met de stads(bewoners) te verbinden
  • Ruimtelijke ontwikkelingen in de wijk staan in dienst van het functioneren ervan en passen bij de eigenheid
  • Nieuwe ontwikkelingen houden rekening met sociale betekenis van plekken en leveren maatschappelijke meerwaarde op wijkniveau
  • Gebiedsagenda’s zijn het voertuig voor sociaalruimtelijke wijkontwikkeling
  • Community-building zorgt voor verdere zelfredzaamheid en weerbaarheid
  • Besluitvorming is gebaseerd op burgerparticipatie en co-creatie

De samenstelling van de Edese bevolking verandert. Het aantal ouderen zal de komende jaren fors toenemen, als ook het aandeel eenpersoonshuishoudens. Verder wordt de stad steeds multicultureler en nemen inkomensverschillen toe. De sociale verschillen in de samenleving groeien en dat heeft effect op de leefbaarheid van wijken. De bestaande stad en haar wijken hebben dan ook meer aandacht nodig. Tegelijkertijd is er sprake van een verzorgingsstaat die zich herijkt. De overheid trekt zich terug en zoekt naar een nieuw evenwicht tussen collectieve en individuele verantwoordelijkheid. Er vinden grootschalige dereguleringen en bezuinigingen plaats op allerlei terreinen; ook in het ruimtelijk domein.

De gemeente ziet de wijken als ankerpunten van sociale ontmoeting. Een plek waar verschillende bevolkingsgroepen samenwonen en elkaar ontmoeten in de openbare ruimte en in wijkcentra met voorzieningen voor de dagelijkse behoeften. Iedere wijk heeft recht op haar eigen ruimte voor bewegen en ontmoeten waarbij stadslandbouw als kans wordt benut. Sociaal sterke wijken zijn ook ‘gezonde’ wijken. Het woonprogramma is gemengd in types en prijsklassen en beweegt mee met een ouder wordende en meer zorgbehoevende bevolking. Wijken zijn hierdoor plekken waar mensen hun leven lang kunnen wonen en zich hun leven lang ‘thuis’ kunnen voelen.  

De openbare ruimte vormt een zeer belangrijke fysieke drager voor levensloopbestendigheid van wijken. Deze is dienstbaar aan de kernwaarden, identiteit en maat- schappelijke behoeften van een wijk. Hoe die er uit ziet, wordt bepaald door de wijk in samenspraak met de gemeente die de Stadsvisie als kader hanteert.  

Community-building en burgerparticipatie bij ruimtelijke ontwikkelingen geven de wijk richting. De gemeente stuurt het proces, zodat ruimtelijke ontwikkelingen maatschappelijke meerwaarde vormen voor de wijk en de identiteit versterken. Inwoners, bedrijven en instanties werken samen aan wijkgerichte initiatieven voor zowel de fysieke als sociale infrastructuur. De gemeente heeft visie en faciliteert met de inzet van gebiedsmanagers, het wegnemen van belemmerende regels en het investeren in de openbare ruimte.

Essentie:

Fullservice wijkcentra dichtbij huis:
Wijkcentra vervullen een cruciale rol in de levensloopbestendigheid van wijken. Op fiets- en loopafstand dient de stad servicecentra te bieden op het vlak van boodschappen, zorg en persoonlijke dienstverlening. Het gaat hierbij onder meer om maatschappelijke voorzieningen, sport, onderwijs, kinderopvang, cultuur, horeca, kerken en winkels, maar ook een sterk ontwikkelde Nuldelijn (welzijnswerk) en eerstelijns zorg. Dit draagt bij aan de aantrekkelijkheid van een wijk om hier te wonen en komt de leefbaarheid en sociale samenhang ten goede. De gemeente faciliteert initiatief met kwalitatief goede en functionele openbare ruimte. Sfeer en beleving zijn dienstbaar aan de functionaliteit.

Woonzorgfuncties nabij de wijkcentra:
De toenemende vergrijzing vraagt extra aandacht voor locaties voor wonen en zorg. Naast plekken nabij bestaande zorginstellingen, vormen de directe omgeving van wijkcentra zeer geschikte locaties voor woonzorgfuncties. Nabijheid vergoot de kans op meervoudig gebruik van zorgvoorzieningen en leidt tot een goede bereikbaarheid van het wijkcentrum. Tegelijkertijd geldt ook dat toevoeging van woningen en bewoners helpt om het draagvlak voor voorzieningen te vergroten. De gemeente stuurt erop aan dat op wijkniveau de meest voorkomende voorzieningen aanwezig zijn, zodat ouderen en andere hulpbehoevende doelgroepen zo lang mogelijk in hun wijk kunnen blijven wonen.

Woningbouw gericht op gemengde wijken:
De gemeente wil dat wijken in sociaaleconomisch, demografisch en fysiek opzicht gevarieerd zijn. Dat het plekken zijn waar jong en oud (al dan niet zorgbehoevend) ‘naast elkaar’ kunnen wonen, doordat er woonmogelijkheden zijn voor jong en oud, voor zowel starters als doorstromers en senioren. Tegelijkertijd moet voor iedere portemonnee snel passende en betaalbare huisvesting aanwezig zijn. Oogmerk is concentratie van specifieke bevolkingsgroepen in wijken te voorkomen. Wat betreft identiteit en woonomgeving is uniciteit en differentiatie echter essentieel. Deze ontstaat door een gebiedsgerichte aanpak en het in kaart brengen van de bestaande variatie in de wijken.
 
Gebiedsagenda’s als voertuig voor wijkontwikkeling:
De inwoners en ondernemers in de wijken weten als geen ander wat wenselijk is voor de leefbaarheid van de woonomgeving. Het is dan ook niet aan de gemeente om een masterplan uit te werken en neer te leggen bij de wijk. De gemeente stuurt aan op vorming van wijkvertegen-woordigingen die samen met gebiedsmanagers en adviseurs tot een integrale agenda voor sociaal-ruimtelijke ontwikkeling komen. Er is ruimte voor ingrijpende trans-formatie als door bestaande ruimtelijke karakteristieken de leefbaarheid en levensloopbestendigheid van de wijk onder druk staat. Een voorbeeld hiervan  is de anonieme openbare ruimte rondom na-oorlogse hoogbouw die tot sociale onveiligheid leidt. Essentieel is dat iedere wijk haar eigen identiteit behoudt en waar mogelijk versterkt. Die eigenheid komt voort uit cultuurhistorie en uit zich in architectuur, stedenbouw en landschap. Door met elkaar de karakteristieke en identiteitsbepalende kernwaarden van de wijk te formuleren en als basis voor ontwikkeling te hanteren, vindt kwaliteitsversterking plaats. Er is daarbij aandacht voor de kwaliteit van de openbare ruimte die een zeer belangrijke fysieke drager vormt voor levensloop-bestendigheid van wijken. De opbouw van wijkvertegen-woordiging en agenda’s dient gepaard te gaan met de groei van gemeenschapszin en verdere zelfredzaamheid en weerbaarheid van wijken. De gemeente laat hiertoe meer ruimte voor initiatief uit samenleving en acteert als één van  de participanten in de wijkontwikkeling, net als bewoners, ondernemers en organisaties participanten zijn. De gemeente faciliteert als het past bij de grotere stadsbrede visie en doelen per gebied door de inzet van gebiedsmanagers en adviseurs, het wegnemen van belemmerende regels en het investeren in de openbare ruimte.

Nieuwbouw met maatschappelijke betekenis:
Bij situaties waar ruimte voor ontwikkeling ontstaat (bijvoorbeeld bij leegstand), wordt veelal primair aan de economische invulling gedacht bij het invullen van de bestemming. Voor de gemeente is dat een te eenzijdig perspectief. Nieuwbouw is geen doel op zich, maar dient een bijdrage te leveren aan maatschappelijke doelen, zoals benoemd in de vijf leidende principes van de stadsvisie. Bij ruimtelijke initiatieven vraagt de gemeente inzicht in deze aspecten van een plan. Door toepassing van de ‘ladder’ van de vijf leidende principes, ontstaat een nieuw afwegingsmechanisme waarbij de balans wordt gezocht tussen sociale, economische en ruimtelijke doelen.

Burgerparticipatie als vanzelfsprekendheid:
De gemeente stimuleert en verwacht van initiatiefnemers een zorgvuldige afweging van alternatieven, waarbij ook de omgeving wordt geraadpleegd. Het streven is meer betrokkenheid en creativiteit aan de voorkant van (her)ontwikkelingsprocessen te organiseren, voordat het college een principebesluit neemt. Initiatiefnemers hebben hierin een belangrijke verantwoordelijkheid. Waar de gemeente zelf initiatief neemt, draagt zij zelf deze verantwoordelijkheid. Met goede voorbeelden van co-creatie inspireert zij andere ontwikkelende partijen hetzelfde te doen.

Ede-Stad maakt zich sterk voor: